Thijs van Mil
Wie ben ik?
Ik ben Thijs van Mil, en met mijn 27 jaar ben ik een van de jongere deelnemers aan deze extreme uitdaging. Ik fietste al een aantal jaren – beginnend in de studententijd met rondjes van maar liefst 20km. Toen een goede vriend me mee vroeg voor de 125km Amstel Gold Race, had ik al ingestemd vóór ik er over na had gedacht. Destijds nog netjes in (lange) trainingsbroek en capuchontrui. Schakelen deed je toen nog aan het frame. Een bergverzet had ik niet. Na uren lang volledig kapot te zijn gegaan, smaakte deze uitdaging een dag later naar meer. Ik wilde makkelijker, sneller en langer leren fietsen.
De rondjes werden langer, de tochten werden opgerekt naar 200km, en de gemiddelde snelheid bleef gestaag stijgen. In 2009 kwam het voorstel om dat jaar de Marmotte te gaan fietsen. Ook hier gold dat de ik al ja al gezegd had, zonder dat ik wist wat de Marmotte was. Dat bleek een monstertocht van 174km te zijn, met daarin een voor mij tot dan toe nog onbekend begrip: “hoogtemeters”. ‘Hoe erg kan het zijn’ dacht ik nog, niet beseffend dat trainingen van maximaal 80km in het vlakke Nederland wellicht niet de meest ideale voorbereiding waren.
Na wederom een urenlange tocht door afwisselend onweer en regen, verzengende hitte, en ijskoude - met sneeuw en ijs bedekte – toppen, strandde ik samen met een van de drie anderen aan de voet van de Alpe d’Huez. Ook hier kwam de dag erna de drang naar verbeteren weer boven. Sneller fietsen, beter klimmen, langer volhouden…
Impuls!
Het was dan ook geen enkele verrassing dat toen één van de teamgenoten mij wilde vragen om mee te fietsen met de Tour for KiKa, ik al lang besloten had mee te gaan doen – nog voor hij de vraag kon stellen. En zonder exact te weten wat dit voor mij concreet zou gaan betekenen. “He had me at Hello!”
En toen begon het te spoken. Heel veel kilometers, heel veel dagen. Heel veel bergen. Heel weinig rust. Ik ben van nature geen wielrenner, dat is aan mijn bouw te zien. Brede borst. Hockeykuiten. Sprintbenen. De sterkste armen van het peloton. Niet de definitie van een vedergewicht. En als de Marmotte al niet lukte, kan ik dít dan wel? “"Natuurlijk!", zolang ik per direct:
- gezonder zou gaan eten,
- heel veel zou gaan trainen, en
- alcohol zou afzweren.
Impulsief en enthousiast als ik ben, ben ik direct met alles tegelijk begonnen. Spinnen en hardlopen in de sportschool, alcohol afzweren, en gezonder eten en drinken.
De omgeving begint het te geloven
Naast het fietsen ben ik veel gaan hardlopen. Enerzijds omdat op vele fora werd aangegeven dat fietsen en hardlopen elkaar zouden versterken. Anderzijds omdat fietsen in een sportschool dodelijk saai bleek te zijn, en ik wel meerdere sporten nodig had doen om aan de trainingsuren te komen. Na een jarenlange hockeycarrière dacht ik goed te kunnen hardlopen, maar duursport is wel wat anders dan veel korte sprintjes. Trainen zonder doel is niets voor mij, dus ik besloot op een blauwe maandag dan ook maar gelijk om voor de eerste keer in mijn leven een halve marathon te gaan lopen. Na nog nooit langer dan 7km te hebben gelopen, gingen de afstanden en snelheden in een behoorlijk tempo omhoog en 2 maanden later liep ik de Fortis City-Pier-City in 1:41:56. Dat was voor de omgeving ook het definitieve teken dat ik bloedserieus met sport en de Tour bezig was. Typerend voor mij was ik in het geheim al plannen aan het smeden om na de Tour ook maar gelijk de New York Marathon te gaan rennen. Waarom ook niet? Veel fitter dan dit jaar kon ik niet worden, en zeker niet na 21 lange, intensieve etappes.
Alleen nog maar fietsen
En eindelijk begon buiten de zon te schijnen! Eerst nog voorzichtige tochtjes over fietspaden met wegsmeltende sneeuw, later op volle snelheid door de duinen met een strak blauwe lucht. Wat een bevrijding van die ellendige sportschoolfietsen en saaie uurtjes binnen op de Tacx! De oude trainingsrondjes werden herontdekt en gestaag uitgebreid om voldoende kilometers te maken. Het hardlopen werd, samen met de New York Marathon, aan de kant geschoven. Focus! En eindelijk konden we dan ook echt samen gaan trainen.
Wielrennen: een hobby met een bodemloze put
Langzaam zie je veranderingen in het peloton om je heen. Nieuwe onderdelen. Nieuwe schoenen. Nieuwe fietsen. Langzaam begin je ook aan je eigen materiaal te twijfelen: oude, goedkope schoenen, versleten pedalen en een merkloze mountainbike helm – met klepje. En een aluminium fiets, terwijl meer en meer carbon frames om je heen beginnen te dartelen.
Na een paar gezamenlijk trainingen begin je te geloven dat een Tour fietsen zonder dure kleding en een carbon fiets eigenlijk gewoon onmogelijk is. Tegelijkertijd zegt je pinpas dat het wel mogelijk moet zijn. Uiteindelijk heb ik er voor mezelf een beloning van gemaakt. Als ik de 250km Amstel Gold Race goed uit zou fietsen, had ik een nieuwe fiets verdiend. En die staat er nu! Het is ook goed om te zien hoe persoonlijk een fiets voor een renner is. Met 15 man hebben we 12 verschillende fietsmerken, ook die van mij is uniek. Iedereen vindt zijn fiets de mooiste. Maar iedereen liegt, behalve ik.
Om het af te maken werd het ook tijd voor nieuwe schoentjes en kleding. Mijn teamgenoten verwijderden veelzeggend het mountainbike-klepje. Daarna viel alle schroom weg. Aanvinken. Alles kopen wat je wilt hebben, of denkt nodig te gaan hebben. Intussen vliegen de gelletjes, powerbars, isotone drank, binnenbandjes (het befaamde ‘Thijsje’: twee keer lek in één rit), buitenbandjes, zadels, schoenplaatjes en wat nog meer je om de oren. Ik besloot dat ik me er het beste maar volledig aan over kon geven. Met verzuurde vingers stopte ik uiteindelijk de inmiddels gloeiend heet geworden pinpas weer terug in zijn vakje. En het resultaat mag er zijn: ik fiets heerlijk, een stuk sneller en zie er veel beter uit!
De volledige overgave
Langzaam groei je volledig in de huid van een echte wielrenner. Volledige overgave. Er is geen zinnig woord met mij te wisselen. Vragen als ‘wat doe je vanavond’ en ‘hoe was je weekend’ worden onverstoorbaar beantwoord met ‘fietsen, hoezo?’. Onderwerpen die schijnbaar niets met fietsen te maken hebben, zoals de Tweede Kamerverkiezingen, lekkende olie en een België op de rand van de afgrond, werden met groot gemak binnen twee zinnen omgetoverd naar fietsgerelateerde zaken.
Het was wennen voor de directe omgeving. Geen drankjes meer op de Grote Markt of het Plein in Den Haag. Vaak rondlopen in strakke fietskleding. Laat thuis en vaak uitgeput. Veel wassen, veel douchen, veel eten. Maar het was het waard: ik ben fitter dan ooit. Ik ben wat broekmaten, boordmaten en onderkinnen kwijtgeraakt. De gemiddelde rondetijden zijn schrikbarend gestegen. Bij het fietsen word ik niet meer ingehaald, in plaats daarvan hoor ik soms zuchtende en steunende mensen achter me in de slipstream hangen. Op de Maeslantkering sprint ik iedereen voorbij. Een heerlijk gevoel!
Van de Thijs in de periode vóór Tour for KiKa is vrijwel niets meer over. Er rest slechts nog één ding wat mij aan dat tijdperk verbindt. De stap die in de voorlaatste dagen nog genomen moet worden. Het definitieve teken dat ik er alles voor over heb om de Tour te rijden en te halen. Deze week gaat het gebeuren: ik ga mijn benen scheren!


